• folk
  • blues
  • afrikaans
  • traditioneel

Za 17-03 | Dommelsch Zaal | Open: 20.00 u Aanvang: 21.00 u | € 19,-

ZITA SWOON GROUP (B): WAIT FOR ME

ZITA SWOON GROUP (B): WAIT FOR ME

ZITA SWOON GROUP:

WAIT FOR ME

(B)

Wait For Me is een fraaie combinatie van blues/akoestische folk met traditionele Mandinka muziek uit West-Afrika. Het project dankt zijn ontstaan aan de ontmoeting tussen enerzijds Zita Swoon Group en anderzijds de zangeres Awa Démé en de muzikant Mamadou Diabaté Kibié, beiden uit Burkina Faso. Samen schreven ze nummers, waarvan de teksten, afwisselend ernstig en schalks, vaak te maken hebben met de actuele problemen van de West-Afrikaanse samenleving. De voortdurende wisselwerking tussen de vervoering van Awa Démé's zangen (in het Dioula)  en het schorre debiet van  Stef Kamil (in het Engels en het Frans), de rijke instrumentale texturen, de inventieve arrangementen en de voortreffelijkheid van de acht muzikanten maken van Wait For Me een warm en boeiend album.

 

Als leader van een van België's belangrijkste groepen uit de afgelopen vijftien jaar, heeft Stef Kamil Carlens geleidelijk de grenzen van het concept 'rock band' - die hem benauwden - overstegen. Altijd uit op nieuwe, reisde hij naar Burkina Faso in 2010, en ontmoette er de zangeres Awa Démé en de balafoonspeler Mamadou Diabaté Kibié, beiden griotten (d.i.leden van een kaste communicatoren voor mondelinge overlevering). Het werd het begin van een fascinerende samenwerking. Stef Kamil besteedt de nodige tijd om ze te leren kennen, luistert naar hun verhalen, probeert zich vertrouwd te maken met hun milieu en hun levensopvatting. Dan beginnen zij samen te spelen en ontdekken snel een manier om de West-Afrikaanse melodieën en ritmische patronen van Mamadou en Awa te combineren met de stijl van Stef Kamil en zijn blues en folk/rock wortels.

Het merendeel  de liedjes die ze samen schreven zijn gebaseerd op dialogen: de woorden van Awa Démé (gezongen in het Dioula, een Mandikataal) worden weerspiegeld in  de teksten die Stef Kamil (in het Engels, soms in het Frans) zingt en die borduren op de favoriete onderwerpen van de griotten: traditionele wijsheid, interpersoonlijke relaties, sociale codes en culturele tradities, maar ook zeer actuele politieke en sociale problemen zoals het uitputten van  de natuurlijke rijkdommen, de endemische armoede die de mensen ertoe drijft om te migreren op zoek naar een beter leven, enz.. De teksten van Stef Kamil werken de door Awa aangebrachte thema's soms verder uit, soms zijn het antwoorden erop  met tegengestelde standpunten. In het prachtige lied A Ni Baara, geeft Awa uitdrukking aan de hoop die potentiële migranten koesteren  terwijl Stef Kamil het  trieste lot beschrijft dat hen vaak.te wachten staat.

Zodra de songs geschreven zijn, zet Stef Kamil Carlens de volgende stap: het scheppen van een specifieke klankwereld, om het oorspronkelijk idee  om te vormen tot een interessante show en een dito album. Zoals bij het ontwerpen van alle recente Zita Swoon Group projecten begint zijn aanpak met de selectie van een reeks instrumenten, een welomschreven waaier van texturen, waaraan hij zich zal houden en waarvan de combinatie een specifiek koloriet zal voortbrengen en haar eigen "klankverhaal" zal vertellen. De warme klankkleur  van de balafoon wordt zo verweven met het eigen bijzondere timbre  van de banjo, de resonatorgitaar (waarvan de countrybluesmen zo veel houden) en het harmonium, samen met een heleboel kleine percussie instrumenten, een basgitaar en een kit van cocktail drums (het favoriete instrument van de 'salonjazzdrummers' uit de jaren '50).

Deze zorgvuldig geselecteerde instrumentatie werd vervolgens toegewezen aan een groep schitterende muzikanten (waarvan sommigen, dus niet allen, vaste leden zijn van Zita Swoon): de jonge Cubaanse meester Amel Serra Garcia verzorgt de percussie, de  Belgo-Congolese zangeres Kapinga Gysel bespeelt het harmonium en het glockenspiel, en verstrekt vocale harmonieën, de gitarist Simon Pleysier neemt de banjo voor zijn rekening, de bas is toegewezen aan Christophe Albertijn (meestal componist en sound designer) en de cocktail drums aan Karen Willems (drumster  in een indie rock band). Stef Kamil Carlens van zijn kant schreef mee aan de liedjes, zong ze in arrangementen met  nauwgezette aandacht voor detail, en bespeelt de resonator - en elektrische gitaar..

Na een eerste reeks concerten in België in mei 2011, die enthousiast onthaald werden in de pers, zocht de groep de opnamestudio op om het album te registreren, dat vervolgens werd gemixt door Gilles Martin, sinds lange tijd medewerker van Stef Kamil (en voorheen  van Crammed Discs want hij werkte mee aan de opname van een veertigtal  albums uitgebracht tijdens het eerste decennium van dat label). Tot zover de eerste hoofdstukken van de Wait For Me geschiedenis... Wat begon als een eenzame reis in West-Afrika is een opwindend festijn geworden met duizend facetten: op menselijk vlak, een collectief avontuur samen beleefd door mensen uit twee continenten;  op tekstueel vlak, een vruchtbare dialoog tussen twee culturen, tussen twee tegengestelde opvattingen;  op muzikaal vlak, een nieuwe vorm van samenwerking die erin slaagt de West-Afrikaanse  stijl te verweven met de "noordelijke" door ze met gratie te integreren in de vorm van quasi-popliedjes en tegelijkertijd van een muziekkunstwerk met subtiele arrangementen en gedurfde keuzes in timbre en klankkleur.

Stef Kamil Carlens over Wait For Me

"Afrika boeide me al langer maar was tot mijn reis –buiten een verzameling CD's- steeds een onbekend continent gebleven.

Mamadou en ik zijn begonnen met spelen, hij op de balafoon (houten West-Afrikaans slaginstrument) en ik op de gitaar. De beperkingen van de balafoon –de toonladder begint op fa- waren een meerwaarde omdat je meteen een aantal zaken kon uitsluiten. Daarna ging het allemaal heel snel, richting samen zoeken, schrijven en eerste opnames.

Mamadou en Awa leven in de stad maar zijn dorpelingen gebleven, kunnen niet schrijven en lezen. Hun songs komen overwegend uit de wereld van de griots en zijn gestoeld op een volkswijsheid of filosofie die wordt doorgegeven van moeder op dochter of van vader op zoon. De onderwerpen zijn divers en vooral des mensen: eerlijkheid, liegen, bedriegen, volksverlakkerij in het klein. Maar soms gaat het ook heel specifiek over hedendaagse thema's zoals ecologie. De houtkap in Burkina is massaal, waardoor het hele ecosysteem dreigt overhoop gehaald te worden. Er is een nummer dat een lans breekt om minder bossen te verbranden en minder bomen te kappen.

De modernisering in Burkina Faso gaat traag. Er is een dictatuur van 23 jaar, er is het kurkdroge subsahara-klimaat, er is de multinationalisering van de katoenindustrie die kleine boeren kapot maakt. Mali en Burkina zijn de grootste katoenproducenten van Afrika, maar hun productie leunt op gemanipuleerde gewassen, die zelf geen zaden voortbrengen. Boeren moeten elk jaar opnieuw die gepatenteerde zaden van grote multinationals kopen en betalen daar veel geld voor. En dan hebben we het nog niet over de monocultuur en de waterafname die nodig is.

We hebben avonden gepraat. Mensen praten er wel degelijk over liberalisering, in de zin van het opentrekken van de samenleving. Men vindt ook dat de dictatuur moet gaan, of dat vrouwen meer rechten moeten krijgen, dat het onderwijs moet beteren. Maar tegelijk staan mensen op met de vraag hoe en wat ze 's avonds zullen eten. "Un homme qui a faim, n'est pas libre", dat zinnetje heb ik zoveel gehoord... Ik heb vele avonden doorgebracht met mijn fantastische gids Ibrahim Diallo en naar zijn boeiende levensverhaal en dat van anderen geluisterd.

Heel fascinerend vind ik het belang van de sociale codes in Burkina Faso, de omgangswetten die de Burkinezen hanteren zeker naar 'les étrangers' waarvoor ze alles laten vallen. Als vreemdeling in Burkina wordt alles voor je gedaan. Je bent een prins, ongeacht wie je bent of waar je vandaan komt. Ik denk niet dat wij ooit zulke codes in onze cultuur en genen hebben gehad. Daar kunnen wij een puntje aan zuigen."

[Om de eenheid te bewaren in de culturele en etnische verscheidenheid -Burkina Faso telt ongeveer 60 verschillende etnieën- heeft de samenleving veiligheidskleppen ingebouwd: de parenté de plaisanterie of plaagrelatie.]

"Dat is ongelofelijk intrigerend, en je voelt dat ook aan de samenleving die over het algemeen heel vreedzaam is. De Senufo en de Peul bijvoorbeeld hebben zo'n eeuwenoud pact gesloten, dat uitsluit dat ze ooit disputen zullen hebben. Beide groepen mogen elkaar bespotten en uitschelden maar dat kan en mag nooit escaleren tot ruzie. Al zijn er ook heel veel codes die voor mij onbekend terrein en wreder zijn. Zo is stelen een doodzonde. Als je wordt betrapt, ga je eraan. Men vertelde me dat op zo'n moment iedereen naar buiten om die persoon ter plekke te doden, dus de enige toevlucht waar dieven veilig zijn, is het politiekantoor. Keerzijde van die harde aanpak is dat stelen op kleine schaal nauwelijks voorkomt."

[Burkina Faso is een gelovig land, waarvan de grootste groepen aanhangers zijn van traditionele geloofspraktijken zoals het animisme en van de islam. Twaalf procent zou christen zijn. ]

"Ik ben er wat van weggebleven. Ik ben niet gelovig en een persoon die wars is van religie, wordt niet geapprecieerd. Toch hebben we nummers met een sterke link naar religie, zoals Allah Nomandi, dat gaat over de ondoorgrondelijkheid van God. Het is een prachtig nummer dat Awa, zelf een heel gelovige moslima, alleen zingt."

Awa Démé zegt:

Allah is altijd in mijn nabijheid. Dat is niet altijd en voor iedereen een evidente keuze. In Ala No Man Di vertel ik hoe moeilijk het kan zijn om te geloven in God. God omhelst het leven van iedereen: van de lijdenden én van de gelukkigen. Er zijn mensen die voorbestemd zijn voor het noodlot, ze verliezen al wat en iedereen die ze liefhebben. En er zijn mensen die voorbestemd zijn voor het geluk, die nog nooit een probleem zijn tegengekomen. Wat ze willen, krijgen ze. Juist die enorme verschillen in geluksbedeling en de vraag naar het waarom van die ongelijkheid, maakt de uitdaging om in God te geloven groter".

[Awa Démé werd geboren en groeide op in de traditie van het West-Afrikaanse griottisme en leerde nooit een andere taal dan die van het mondelinge woord. Zoals veel jonge Burkinezen kwam echter ook bij haar de gedachte op om ooit te vertrekken uit de uitzichtloosheid van haar opgedroogde, hongerlijdende land. ]

"Het volk is moe, van te werken, van elke dag opnieuw dat gevecht aan te gaan om eten op tafel te krijgen. Dan is de keuze snel: vertrekken, elders op zoek gaan naar beter, eten en drinken. Alleen, niet iedereen kan die keuze maken. Daar gaat Wait for me ook over."

[Ze bezingt het exodusverlangen in het prachtig duet A Ni Baara, waarin Carlens tegelijk de harde realiteit van de arbeidsmigratie beschrijft. Een realiteit die ook in Burkina Faso bestaat: veel Burkinezen gaan noodgedwongen voor een hongerloon in de cacao- en bananenindustrie in Ivoorkust werken om hun familie letterlijk te voeden.]

"Ik heb zelf een nieuwe opening gevonden met dit project. Deze dialoog met het buitenland gooit mijn wereld open. Die dialoog werkt langs twee kanten", vertelt Démé. Ze geeft en ze leert. Ze leert nieuwe codes en nieuwe talen, zowel vormelijk als inhoudelijk, waarmee ze haar kennis en haar persoon wil verrijken. Tegelijk voegt ze het immense culturele erfgoed dat ze in zich draagt toe aan de bagage van Europese muzikanten.

"Een griot is een levende bibliotheek" zegt Démé. Ze noemt zichzelf een vat vol verhalen, over het verleden, het heden en de toekomst. "Het is mijn taak als griot om die verhalen over te brengen. Dat ik die verhalen van de West-Afrikaanse Mandingo-cultuur nu ook kan delen, over de grenzen heen, dat Stef hier iets mee doet, vind ik prachtig. Wait For Me is een heel open project geworden, met muzikanten die elkaar enorm respecteren. We staan allemaal achter het resultaat en dat voel je."

Ibrahim Diallo zegt: "

Toen ik in Antwerpen een optreden zag van Zita Swoon, werd het meteen duidelijk dat ik een project met Stef Kamil Carlens wou doen".

[Ibrahim Diallo is de artistiek medewerker in Burkina Faso van het Wereldculturencentrum Zuiderpershuis, wiens steun een cruciale rol heeft gespeeld bij het ontstaan van dit project.

"Stef heeft een ongelofelijk talent om emoties over te brengen, om verbintenissen aan te gaan met andere culturen en tradities, om verbanden te leggen. Hij is iemand die muziek zuivert en terugbrengt naar de ware essentie. Tegelijk vond ik het ook een meerwaarde dat zijn groep -een nest van Vlamingen, Cubanen, Afrikanen, mestiezen– een "truc bariolé" is.'

In Wait For Me neemt elke muzikant een evenredige plaats in op een open, horizontale lijn. Je voelt dat Stef er is, je voelt dat de balafonist er is, de bassist, de griot. De hele batterij werkt door die waardering en samenhang."

[De teksten en de dialogen beslaan de moraal en de problemen van de Burkinese samenleving. Diallo nam Carlens mee naar zijn land en gaf hem een inleiding in het hedendaagse Burkina Faso, niet alleen op cultureel maar ook op politiek en sociaal vlak. Diallo, al zeventien jaar verbonden aan het Zuiderpershuis, richtte in de Burkinese stad Fada N'Gourma cultuurcentrum Le Grenier Culturel op. Het is een anker- en ontmoetingspunt geworden tussen West-Afrika en Antwerpen.]

"Ik droom ervan om met Wait For Me door West-Afrika te touren. Natuurlijk is dit geen politieke ontmoeting, maar met een dialoog als deze, zo puur, gooi je die lijn uit. Het is een eerlijke en gelijke transactie tussen twee culturen geworden. Tussen de lijnen van de teksten lees je de economische en politieke besognes. Je leest wat misgaat, wat niet werkt.

"Ik hou van mijn land, het is een mooi land met integere mensen. Ik heb niet de behoefte om er weg te gaan. Waarom zou ik? Ik geloof dat het kan: dat alle mensen op een moment dagelijks brood op de tafel zullen krijgen. Het klinkt banaal, maar voedsel is cruciaal voor geluk. Pas zodra je kan eten en gezond bent, kan je beginnen met de creatieve invulling van je leven. Je moet geen betonnen gebouw met drie verdiepingen optrekken om de rijkheid van het bestaan te kennen."