In Memoriam: Peter Pontiac (1951 - 2015)

Naar aanleiding van het overlijden onlangs van striptekenaar Peter Pontiac, schreef onze directeur Jeroen Blijleve het volgende persoonlijke bericht:

Afgelopen dinsdagnacht is Peter Pontiac overleden. Ik verkeer nog steeds in schok. Hoewel we allemaal wisten dat het er aan zat te komen, toch was het onverwacht. Vrijdagnacht was ik nog met Typex op stap in het Groningse nachtleven. Heerlijk verstopt op het niet officiele programma tijdens Eurosonic, zat ik in een kraakcomplex waar zZz om 4 uur 's nachts een legendarische show weggaf. Hij vertelde dat hij die donderdag nog een paar uurtjes bij Peter op bed had liggen keuvelen en dat het naar omstandigheden best goed met hem ging. Maargoed, in aanwezigheid van Typex kan je ook niet anders dan vrolijk worden. Het feit dat er zoveel meer geld binnen was gekomen dan verwacht voor het afronden van wat zijn magnum opus moest worden, nl “STYX of: De zesplankenkoorts” stemde mij gerust. Uiteindelijk hadden we allemaal een groot bord voor onze kop. Het ging slecht met Peter en het einde voor zijn boek over de dood, over zijn dood, kon hij niet meer afmaken. Hij vertelde mij ook dat hij daar het meeste moeite mee had. Dat einde. Niet eens het einde van zijn leven. Maar het einde van dat boek. Ik realiseerde mij op dat moment, toen ik in zijn atelier zat, afgelopen zomer, dat Peter in al die 40 jaren van legendarisch tekenwerk, zijn strips, echt leefde. Alles wat er om hem heen gebeurde was automatisch onderdeel van zijn stripverhaal. In zijn ogen zag alles er uit als een tekening, als zijn tekening. Zijn lieve karakter, bescheidenheid, het niet 'in the picture' willen staan klopte daar ook mee, beschouwend, feitelijk altijd al op dat moment aan het tekenen.

Eind jaren negentig organiseerde ik een groot afsluitend festival in het legendarische kraakpand, Vide Cultura. Ik oefende indertijd met mijn bandje in oefenruimte Daisy Bell, waar Tony nog immer eigenhandig aan het bouwen was. Toen wij het over het aanstaande festival “dan Liever de Lucht in” kregen noemde Tony de naam Peter Pontiac. Ik viel van mijn kruk. Ik moest hem maar even bellen en vragen of hij wilde exposeren. Ze kenden elkaar al jaren en hij dacht dat Peter dat fantastisch zou vinden. Nog nooit ben ik zo zenuwachtig geweest om iemand te bellen. Net als dat Peter dat was toen hij vertelde dat hij Lou Reed niet durfde te bellen. Ik herken dat zo. Peter Pontiac was een held voor mij. Al mijn puberjaren zat ik met mijn neus in zijn strips. Alle muzikale helden waar ik toen, en nog steeds, naar luisterde tekende hij zoals ik ze ook zag. En alles wat aan rock ’n roll intrigeerde zat in die tekeningen. Seks. Drugs. Rock ’n Roll. Ik had zo’n beeld van de man opgebouwd door zijn rauwe tekeningen dat ik ontsteld was van de lieve, bescheiden, welbesproken, knappe en intelligente man die ik nu voor mij had. Nooit eerder was het contrast zo groot. Er was geen enkele overtuigingskracht voor nodig om Peter over te halen. Hij voelde zich immers als een vis in het water in de underground kraak cultuur. Ik zie hem nog enorm grote en talloze werken mee de Vide Cultura inslepen. Klassiekers. Werken waar ik jaren naar had zitten turen. Wat was ik trots. En met mij iedereen binnen het gebouw natuurlijk.

Sindsdien hielden we contact. Dan belde hij dat ‘ie uit Amsterdam kwam voor de stripdagen en of ie zijn fiets dan even bij mijn huis kon parkeren (ik woonde indertijd in de Baljuwslaan naast de Hells Angels Club). Of ik kreeg een kaartje thuis gestuurd met een portret van (een afgekeurde) PJ Harvey. In diezelfde periode startte ik voor de grap het bandje ET Explore Me. Wij waren klaar met ons postrock, lo-fi introverte achtergrond en voelden de urgentie om alleen nog maar pure energie op het podium neer te zetten. Tot op de dag vandaag bestaan we nog steeds. En alle drie waren we groot fan van Peter. En uiteindelijk Peter van ons. Peter kwam altijd kijken als we in de buurt speelden, maar reed ook rustig mee naar Groningen voor een show. En altijd stonden wij als kleine jongetjes vol trots te spelen als we hem weer in de zaal zagen staan. Zelfs een aantal maanden geleden zag ik hem opeens staan in Patronaat toen we op de LP Presentatie van Cheap Thrills speelden. Terwijl hij toen al heel slecht was. Ongelooflijk.

Een aantal jaar geleden hadden we tijdens een oefensessie bedacht dat het toch wel gek was dat Peter zoveel artiesten had getekend, maar zelf nog nooit had opgetreden. Zo ontstond het idee om een liedje op te nemen met Peter op mondharmonica, want we wisten dat hij les had van Sjef (Huurdeman). Het liedje was er al snel en Peter had ook al zelf de tekst klaar bleek. Over de dood. En wat je achterlaat als kunstenaar. Het nummer heet “When I’m Gone” en Peter voorzag in een stripverhaal dat de hele tekst uitbeeldde (zoals ook te zien in het verzameld werk “Rhythm”, zij het niet compleet in de eerste druk). Tijdens de opnames in de studio heeft ’ie staan blazen en blazen maar het resultaat mocht niet baten. Maar wat was ‘ie trots! Daarna ietwat gedesillusioneerd toen hij het nummer naar zijn held Magic Dick had gestuurd die prompt antwoordde: “Ik hoor helemaal geen mondharmica!” Wij hadden namelijk, om het nog ergens op te laten lijken, de boel in de studio wat opgefokt zodat het als een knerpende toon door het nummer klinkt. Hilarisch. Vervolgens vonden wij dat we tijdens de Stripdagen op het traditionele Patronaat Stripdagen festijn natuurlijk met hem dit ook live moesten vertolken. Hij had tot bloedens toe geoefend, was rete zenuwachtig, maar had wel voor de gelegenheid een stoer leren Pontiac jack aan gedaan. Zoals een echte artiest betaamd. En wij hingen er als kleine jongetjes omheen. En wat een applaus kreeg ‘ie. Geweldig!

Peter is sinds de oprichting van Patronaat nauw betrokken geweest. Programmeur van het eerste uur, Sjef Huurdeman, was ook groot fan van Peter en zij waren dikke maatjes. Legendarisch zijn enkele posters die hij maakte voor Patronaat van o.a. Poison idea, Dead Moon of eerdergenoemde Stripdagen (Benzedrine Beat Party). Sjef is prominent aanwezig ook in de strip dat Peter eind jaren negentig maakte over zijn belevenissen met Typex op Lowlands. Ikzelf ben twee keer getekend door hem. De eerste keer op een groot schilderij dat hij recent samen met Typex maakte voor mijn huwelijk. De tweede keer voor een tour poster dat hij maakte voor E.T. explore Me. Apetrots was ik. Ook maakte Peter alle illustraties bij het Patronaat boek ter ere van ons 25 jarige jubileum. En was hij als bezoeker zeer regelmatig aanwezig. Altijd bescheiden, altijd onaangekondigd, nooit vragen voor een plekkie op de gastenlijst. Maar altijd met die glimlach en die mooie glinsterende bruine pret oogjes.

Ik ben stuk van zijn dood. Het ergste vind ik het nog voor zijn vriendin Ippie, zo’n lieve, zorgzame vrouw. Wat een liefde was er tussen beide. Als Peter dan weer ergens midden in de nacht op straat gestrand was hoefde hij maar te bellen en dan kwam Ippie aangetuft in haar autootje. Altijd als hij over haar sprak was het met zoveel liefde. Zonder haar had Peter niet al dat mooie werk kunnen maken, waar zij vaak ook deel van uitmaakte. Peter was erg met de dood bezig. En over zijn nalatenschap. Hij leeft wel verder en dat wist hij ook. En hij heeft hard geleefd. Is te jong gestorven, maar het had ook nog veel eerder kunnen zijn. Ik kan daar vrede mee hebben. Wat ik moeilijk vind is het verliezen van een grote held die onze maatschappij scherp hield. Wars van alle commercie, totaal underground, eigenzinnig, iemand die een leven lang geen enkele concessie deed. Bij zichzelf bleef. Dat stemt mij gerust. En nu is hij niet meer. Gelukkig heb ik (en de rest van de wereld) vele boeken, posters en hoezen van Peter om mij daar aan te herinneren. 

Jeroen Blijleve

Patronaat

 

 

 

 

   

Geplaatst op wo. 21-01-2015

deel